9 april 2010 - Iedereen die wel eens een voet over de drempel van de vaak spiksplinternieuwe gebouwen van waterschappen zet die weet: 'die hebben het niet slecht'. Op de tweede of derde verdieping is altijd wel een 'documentatiecentrum' (wat vroeger bibliotheek heette) en daar zitten dan drie of vier mensen achter hoge toonbanken. God weet wat ze heel de dag doen, want veel mensen lijken er niet over de vloer te komen. Fat cats dus, die waterschappen, wat ook blijkt uit de jaarlijkse rekening waarmee ze de burger opzadelen. Tijd om het mes er in te zetten. Ze onderbrengen bij provincies, zoals sommige politieke partijen willen, lijkt een goed idee te zijn. Eigenlijk, als je er goed over nadenkt, heeft dat alleen maar voordelen. En, ook niet onbelangrijk, we zijn eindelijk van die ellendige waterschapsverkiezingen verlost.
Ze zitten provincies in de weg
Ongetwijfeld doen waterschappen veel goed werk. Afvalwaterzuivering lijkt over het algemeen goed te gaan. Bij de andere taak, waterbeheer, zijn de voordelen minder duidelijk. Natuurlijk, de waterschappen zorgen er in het algemeen inderdaad voor dat we geen natte voeten krijgen, wat hun belangrijkste taak is. Maar er komt veel te veel onzin kijken bij het waterbeheer en het zijn taken die eerder bij de provincie thuishoren dan bij de waterschappen. De waterschappen laten zich namelijk steeds meer in met ruimtelijke ordening. Ze zitten de provincies dan ook steeds meer in de weg.
Wat recht is krom trekken
De integratie van ruimtelijke ordening en waterbeheer; daarover gaat het tegenwoordig veel in de waterschapswereld. Congressen staan bol van het onderwerp. Natuurlijk schieten de waterschappen door, want ze hebben geld teveel. Fietspaden aanleggen om een rivier 'toegankelijker' te maken voor de dagjesmens, overal bordjes neerzetten met nutteloze informatie, alsof de natuurliefhebber erop uit trekt om zich een encyclopedie aan kennis eigen te maken. Voor elk slootje is een lange-termijnvisie ontwikkeld: 'zullen we het over dertig jaar, veertig of vijftig centimeter gaan uitdiepen?' Beekjes die recht waren weer krom trekken, of juist andersom. Zogenaamd natuurlijke kades aanleggen, die alles behalve natuurlijk zijn. In andere woorden: natuur 'aanleggen', door eerst heel veel natuur te vernietigen. Het valt nog mee dat er geen bordjes voor de vogels geplaatst worden zodat ze weten bij welke paal ze moeten landen, maar het scheelt niet veel.
Een integrale benadering is altijd een goed idee
Maar goed, over het algemeen valt er wel wat te zeggen voor integratie van waterbeheer en ruimtelijke ordening; mits het op een serieuze manier gebeurt. Een integrale benadering is altijd een goed idee ten slotte. Laat het water weer vloeien in het Nederlandse landschap en door de Nederlandse steden en dorpen in plaats van het zover mogelijk weg te stoppen. Ook het concept van de 'Deltadijken' valt binnen dit kader. Integreer dijken, voor zover er nieuwe dijken moeten worden aangelegd, met het omringende landschap; rondom de steden kunnen dijken zo ontworpen worden dat ze onderdeel van die stad uitmaken. Er kan op gewoond en gewerkt worden (zonder dat er mensen verdrinken als het water hoog staat), er kunnen allerlei nieuwe vormen van energieopwekking aan gehangen worden en eventueel kunnen ze zelfs nog wel een keertje overstromen, als je maar zorgt dat het water er achter weg kan.
Teveel samenwerking, maar ook teveel stammenstrijdjes
Integratie dus. Dat betekent samenwerking van de waterschappen met de provincies met name, want die zijn het natuurlijke aanspreekpunt voor ruimtelijke ordening. En er wordt inderdaad veel samengewerkt in de waterwereld. Niet gek natuurlijk want de waterschappen zijn bij uitstek de belichaming van het Nederlandse poldermodel. Je wordt doodziek van al dat 'samengewerk'. Onder elk persbericht over weer een nieuw innovatief project staat een hele batterij aan organisaties met bijbehorende logo's vermeld. De samenwerking betekent dus eigenlijk een hoop overlap en verspilling. Trouwers er wordt niet altijd zo goed samengewerkt. Want het aantal stammenstrijdjes is ook niet van de lucht. Bij het project de Zandmotor spat de rivaliteit tussen de provincie Zuid-Holland en het waterschap er vanaf. 'Ik mag eerst het woord voeren', zo zei gedeputeerde Lenie Dwarshuis tijdens een voorlichtingsbijeenkomst over dit 'piemeltje van zand' wat onder Den Haag komt te hangen, toen de dagvoorzitter haar even dreigde over te slaan.
Provinciegrenzen zijn natuurlijke grenzen voor waterbeheer
Beter is het om dat ruimtelijk- en waterbeleid in één hand onder te brengen, nu dat toch steeds meer samenkomt. Waterschappen hebben een rijke historie. Ze ontstonden al in de dertiende eeuw; ze legden dijkjes aan om het dorp en de weilanden tegen hoog water te beschermen, maar ze werden steeds groter en machtiger en ze gingen er steeds meer dingen naast doen, waardoor ze de provincies in de weg zijn gaan zitten. In sommige opzichten zijn de waterschappen echter weer een maatje te klein. Want het waterbeleid is steeds meer nationaal en zelfs Europees beleid geworden. Dat wordt vaak gezien als een reden voor nog meer fusies, maar daardoor zullen ze andere bestuurslagen alleen nog meer in de weg gaan zitten. Provinciegrenzen zijn trouwens vaak ook natuurlijker grenzen voor het uitvoeren van waterbeheertaken dan de grenzen van de waterschappen. Zo kan de provincie Zuid-Holland de Zuid-Hollandse kust voor haar rekening nemen en de provincie Brabant de dijken langs de Maas, eventueel samen met de provincie aan de andere kant.
Uitdeiende koninkrijkjes
De belangrijkste reden voor samenvoegen van provincie en waterschap is echter dat hiermee de kosten beter in de hand kunnen worden gehouden. Er zit nu geen enkele rem op de uitgaven van waterschappen, die dan ook langzaam uitdijende koninkrijkjes zijn. Ze kunnen hun belastingtarieven net zo hoog vaststellen als ze willen en dat is hoog want, natuurlijk, het is allemaal heel erg belangrijk wat ze doen. Ingenieurs willen alleen maar dijken bouwen en geef ze eens ongelijk. Er zijn wel iedere vier jaar verkiezingen, en daar doen echte politieke partijen aan mee, maar die leven nauwelijks; dus de bestuurders worden niet ter verantwoording geroepen over de mate waarin ze de kosten in de hand hebben gehouden. En vaak is het die burger niet eens bekend wie er allemaal meedoen aan de verkiezingen en waar ze voor staan. De democratische legitimiteit, zoals dat dan heet, is minimaal. Ook tussen de verkiezingen door zullen weinig mensen zich iets gelegen laten liggen aan de activiteiten van het waterschap, hoeveel geld zij ook besteden aan pagina-grote advertenties in lokale huis-aan-huisbladen.
Provincies zijn democratischer
Provincies hebben waarschijnlijk meer dan waterschappen het besef dat hun beleid gegrond moet zijn in de maatschappij als geheel. Het politieke aspect van het maken van keuzes zit meer in deze organisatie ingebakken. Provinciale bestuurders beseffen zich waarschijnlijk beter dat het bouwen van dijken ook een prijs heeft, en dat de burger het geld er voor over moet hebben. En provincies kunnen trouwens, indien nodig, beter in de tang worden gehouden door de Rijksoverheid dan de waterschappen. Hoe vaak hebben we de vorige staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Huizinga in het Parlement horen zeggen dat 'ze er niet over gaat'? Een mens werd er onpasselijk van. Ook lijken de bestuurders van de provincie beter geïntegreerd te zijn in de nationale politieke partijen, waardoor ze beter weten wat er buiten het nauwe waterschapswereldje speelt dan de amateurpolitici van de waterschappen. Provincies krijgen een bestuurlijke boost, waardoor het meer volwaardige organisaties worden, wat meteen weer een oplossing voor een ander probleem is.
Louter voordelen
Kortom: het opheffen van de waterschappen lijkt louter voordelen te hebben. Een hele overbodige bestuurslaag, die in één keer kan verdwijnen. En daar bovenop komen nog de extra bezuinigingen die met deze 'reorganisatie' doorgevoerd kunnen worden. Dure gebouwen kunnen afgestoten worden en overbodige documentatiecentra kunnen worden gesloten. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het grote voordeel van het definitieve einde aan de in- en intrieste waterschapsverkiezingen. Want verkiezingen organiseren is iets wat de ingenieurs van de waterschappen in ieder geval niet kunnen. En ach, dan overstroomt er eens een dijkje. Zo erg is dat nou ook weer niet.
Jurgen Sweegers
Copyright © Energieenwater.net



