13 juni 2009 - Water. Er gaan miljarden in om. Maar het onttrekt zich grotendeels aan het oog van het publiek. Vorig jaar is een rapport uitgekomen van de Deltacommissie. Die commissie, onder leiding van oud-minister van Landbouw Cees Veerman, onderzocht hoe Nederland zich moet wapenen tegen een eventuele klimaatverandering. De commissie ging uit van een flinke stijging van de zeespiegel de komende eeuw: met meer dan een meter. Onze kust zou daar niet tegen bestand zijn. En daar komt het water van de rivieren nog bij. Het gaat harder en vaker regenen in de winter, waardoor vaker plotselinge hoge vloedgolven via de Rijn en de Maas deze kant op komen. De zomers zouden juist warmer en droger worden, waardoor de beschikbaarheid van zoet water (drinkwater) in gevaar komt. Dat is althans de verwachting.
Hapklare brokken
De commissie kweet zich van haar taak en kwam met twaalf hapklare aanbevelingen. De politiek hoefde die alleen nog maar over te nemen. En dat deed de politiek ook, ten minste de regering. De regering wil de vaart er in houden. Gebruik maken van het momentum, zo heet dat. Het rapport heeft veel aandacht gehad in de pers en daardoor staat bij velen weer helder op het netvlies dat we in een kwetsbaar landje leven. De commissie volgde dezelfde aanpak als Al Gore in zijn film, 'The inconvenient truth'. Overdrijven, kort door de bocht, forse pennenstreken, gebrek aan nuance en, vooral, een uitgekiende media-strategie en een uitgekiende manier waarop de boodschap verpakt wordt. Veerman stond nog net niet, net als Gore, op een laddertje om met een aanwijsstok op een grafiek aan te wijzen hoeveel CO2 zich er in 2050 in de lucht zou bevinden maar het scheelde niet veel.
Daadkrachtige mieren
Daadkrachtig zijn, zo was de boodschap. Nu eens niet jarenlang bakkeleien over welke maatregelen het meest gewenst zijn maar direct actie ondernemen. Dat sprak velen wel aan, in een tijd dat de stroperigheid van de samenleving meer dan ooit ter discussie staat. De regering nam de boodschap over en talrijke ambtenaren, de werkbijen van onze huidige maatschappij, gingen aan de slag. Ze zijn nog steeds druk bezig. Bij het Rijk natuurlijk: het ministerie van Verkeer en Waterstaat, waar rond iedere aanbeveling een soort stuurgroep is gevormd. De aanbevelingen worden daar uitgewerkt. Wat komt er allemaal kijken? Hoe creëren we draagvlak bij de bevolking? Hoe komen we aan het geld? Het rijk huurt massaal advies- en ingenieursbureaus in, die allerlei details van de plannen onderzoeken. Maar ook bij provincies en gemeenten en bij de waterschappen zijn mensen druk doende. Wat zijn de gevolgen van ‘Veerman’ voor ons gebiedje? zo is de grote vraag. Het zijn in totaal honderden, zo niet duizenden mensen die zich er iedere dag mee bezig houden en tegelijkertijd is het ook weer een klein wereldje. Iedereen komt elkaar steeds weer tegen op netwerkbijeenkomsten die steeds gehouden worden. Directeur Water van het ministerie Annemieke Nijhof reist stad en land af om duidelijk te maken hoe goed het ministerie wel bezig is. “We betrekken de Kamer er zoveel mogelijk bij”, zo zei ze laatst op een netwerkdag. En dat allemaal op kosten van de staat. Op kosten van de burger.
En wat vinden we er eigenlijk van?
En die burger? Wat vindt die er eigenlijk van? Dat is niet duidelijk. Terwijl het om maatregelen gaat die een grote invloed zullen hebben op de leefomgeving van vele Nederlanders. Zo stelt de commissie voor om het peil in het IJsselmeer met anderhalve meter te verhogen. Zo blijft het in de toekomst, met die gevreesde zeespiegelstijging, mogelijk om het water dat in het meer terecht komt op de Waddenzee te spuien. Gevolg is wel dat er forse maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat dorpen en stadjes langs het meer onderlopen. Maatregelen die het aanzien van die eeuwenoude stadjes, die veel mensen heel mooi vinden, flink zullen veranderen, om niet te zeggen: verkloten. Of wat te denken van de verbreding van de kust (het strand dus) die de commissie voorstelt? Of de aanleg van een zandmotor, zoals dat ten zuiden van Den Haag gaat gebeuren? Er komt daar een soort schiereilandje in zee; de golven moeten er voor zorgen dat het zand van dat eilandje zich langzaam verspreid over de kust, zodat het strand ‘vanzelf’ aangroeit. Het zijn simpele maatregelen: gewoon miljoenen kubieke meters zand op de Hollandse stranden donderen. Maar wat vinden mensen er van? De mensen die daar iedere week lopen. Waar is de grondige discussie over alle voor- en nadelen? Kun je nog wel zwemmen straks in de zee of wordt het te gevaarlijk met al die kunstmatig aangelegde zandbanken? Komt het zand wel echt bij de kust terecht of waaiert het uit in de zee, net als bij een eerder experiment bij Scheveningen gebeurd schijnt te zijn? Die vragen worden niet gesteld en de discussie wordt niet gevoerd.
Beleid moet verkocht worden
Beleid is iets dat verkocht moet worden en niet iets dat ter discussie moet worden gesteld. Dus worden de positieve aspecten benadrukt en de mogelijke gevaren worden weggewuifd. Er worden schitterende folders ontworpen, informatiecentra langs de kust ingericht hoe mooi het allemaal wel niet wordt en hoe de natuur er wel niet op vooruit gaat. Want dat hebben de bestuurders inmiddels wel begrepen. Hoeveel mensen van natuur houden. De vraag is dus voor hen, net als bij vele projecten op andere terreinen: hoe verkopen we het om zeep helpen van die natuur als iets dat de natuur ten goede komt?
Hoe verkopen we het om zeep helpen van die natuur als iets dat de natuur ten goede komt?
Het is natuurlijk moeilijk om de burger te betrekken in de discussie want dat zijn allemaal individuen. Maar we hebben zoiets als een parlement, niet voor niets een volksvertegenwoordiging genoemd. Daar in die Kamer, het hoogste politieke orgaan van Nederland, kan die discussie wel gevoerd worden. Over welke maatregelen nu echt gewenst zijn en welke niet. En over hoeveel de maatregelen kosten en of we er dat wel voor over hebben. Want een simpele kostenbaten-analyse ontbreekt zo goed als altijd. En waar komt dat geld vandaan en waar gaat dat ten koste van? Dan kunnen de burgers kennis nemen van de geplande maatregelen en van de voor- en nadelen ervan, via de media die verslag doen van de debatten. Kennis nemen van al die ontelbare ideetjes en plannetjes van al die frisse, opgeruimde en goed bedoelende ambtenaren die geen twijfel kennen en geen kritiek leveren omdat twijfel en een kritische instelling niet de eigenschappen zijn waar je ver mee komt in ambtelijk Nederland. En dan zullen er reacties loskomen, waar de politiek weer wat van kan leren.
Wacht, wacht, wacht
‘Aanbeveling dertien’ is dus: ambtenaren, leg al je werk eens voor een paar maanden helemaal neer, of liever tot het einde van het jaar. En wacht. Wacht tot er een aantal goede debatten zijn gevoerd in de Tweede Kamer, zodat bekend is hoe de volksvertegenwoordiging er over denkt en wacht tot duidelijk is dat er beslissingen kunnen worden genomen die draagvlak hebben in de maatschappij. Wacht, totdat iedereen die dat wil kennis heeft kunnen nemen van de plannen en van de voor- en nadelen. Het is niet aan ambtenaren om draagvlak te creëren voor plannen. Het is aan gekozen volksvertegenwoordigers om beslissingen te nemen die draagvlak hébben in de samenleving. Dat is heel wat anders. Het is de taak aan ambtenaren om te zorgen dat politici goede beslissingen kunnen nemen en om te zorgen dat de maatregelen die zijn genomen worden uitgevoerd. “Het is de regering die regeert”, zo zegt Annemieke Nijhof. Dat is waar. Maar dit zijn te belangrijke beslissingen om alleen aan de regering over te laten. ‘Ambtenaren die de Kamer zoveel mogelijk bij hun werkzaamheden betrekken.’ Het klinkt zo ontzettend fout.



